Schrijven met licht door diafragma, sluitertijd en ISO

Categorie: Tips | Geplaatst op 13-04-09 door Elles Dijkhuizen

Een foto, zoals die uiteindelijk is geworden, is het gevolg van drie begrippen: sluitertijd, diafragma en de ISO-waarde. De sluitertijd bepaald hoe lang het licht op de sensor valt, het diafragma bepaald hoeveel licht op de sensor valt en de ISO-waarde is de gevoeligheid van de sensor die het licht opvangt. Alle drie vormen ze een driehoek waarvan elke hoek even groot is. Elk begrip heeft dus een evengrote invloed op de foto.

 

Hierboven heb ik uitgelegd dat sluitertijd bepaald hoe lang er licht op de sensor valt. Hoe langer de sluitertijd is, hoe langer de sensor wordt belicht. Maar hoe langer de sensor wordt belicht, des te groter is de kans op onscherpe en overbelichte foto's. Maak je de sluitertijd echter te kort, dan kan er onvoldoende licht op de sensor vallen waardoor de foto te donker is. Bovendien heb je bij daglicht natuurlijk veel meer licht dan bij avondlicht, 's avonds moet je dus een langere sluitertijd gebruiken dan overdag.

 

Het diafragma bepaald hoeveel licht er op de sensor valt. Het diafragma wordt aangegeven met de letter “f”. Hoe groter het getal achter f, hoe kleiner de opening en dus minder licht er op de sensor kan vallen. Als laatste de ISO-waarde bepaald de invloed wat het licht heeft voor de uiteindelijke belichting van de foto. Hoe hoger de ISO-waarde, des te groter is de invloed van het licht. Heeft het licht echter een te grote invloed, dus een te hoge ISO-waarde, dan is de kans groot dat er ruis op de foto te zien is.

 

Drie instellingen vormen één geheel.

Alle drie de instellingen hebben hetzelfde gemeen. Wanneer je één van de instellingen wijzigt naar “minder belichting” dan betekend dat een halvering voor het licht wat op de sensor valt. Een wijziging die “meer belichting” betekend, zorgt voor een verdubbeling van het licht dat op de sensor valt. Elk stapje dat je kan wijzigen noemen we een “stop”. Één stop bij het het diafragma kan van f/4.0 naar f/2.8 zijn, of van f/4.0 naar f/5.6. En bij de sluitertijd van 1/125s naar 1/250s of van 1/500s naar 1/250s. Bij de ISO moet dan wel duidelijk zijn: van 100 naar 200 ISO of van 200 naar 100 ISO.

 

De uiteindelijke belichting van de sensor wordt dus bepaald door een combinatie van diafragma, sluitertijd en de ISO-waarde. Dit betekend ook dat als je één van deze instellingen naar minder licht wijzigt, en toch een gelijke belichting wil, één van de andere instellingen moet verdubbelen. Een simpel voorbeeldje waar iemand in een donker gebouw aan het fotograferen is. Ik wil uit de hand fotograferen en wil een sluitertijd van 1/125s. De camera geeft tijdens de lichtmeting een 1/60s, een diagfragma van 5.6 aan en een ISO-waarde van 400. Maar ik wil een sluitertijd van 1/125 hebben. Hierdoor moet ik mijn sluitertijd met 1 stop naar beneden aanpassen. Maar dat betekend dat ik één van de andere instellingen één stop meer moet geven. Om ruis te voorkomen, kies ik een ander diafragma. Er moet meer licht op de sensor vallen, dus een kleiner getal worden. 1 stop meer betekend van f/5.6 naar f/4.0.

 

Even nadenken!

Wat moeilijker word het als er meerdere stops veranderd moeten worden. Ik ben ditmaal bij een grote waterval waar mijn camera tijdens de lichtmeting het volgende aangeeft: een sluitertijd van 1/125, een diafragma van f/4 en 400 ISO. De foto zou echter een stuk boeiender worden wanneer ik een lange sluitertijd gebruik. Ik wil mijn sluitertijd terugschroeven naar 1/2s. Dat zijn 1/125s - 1/60s (1) - 1/30s (2) - 1/15s (3) - 1/8s (4) - 1/4s (5) - 1/2s (6) dus zes stops meer belichting. Ik begin met mijn ISO-waarde. Deze schroef ik terug van 400 naar 100, dat zijn 400-200 (1)- 100(2) twee stops. Maar ik moest zes stops hebben. Ik moet dus nog vier stops bij het diafragma snoepen. Het diafragma moest volgens de camera /f4.0 zijn. Ik maak er f/4.0-f/5.6(1)-f/8.0(2)-f/11(3)-F/16(4) dus een diafragma van f/16 van. Ik heb nu alle stops die meer belichting gaven van de ISO-waarde en het diafragma afgehaald, zodat ik een dezelfde belichte foto heb.

 

Even een klein testje: Ik ben buiten bij het circuit waar mijn camera een sluitertijd van 1/125, een diafragma van f/4 en 100 ISO aangeeft. Met een sluitertijd van 1/125 kan ik echter geen raceauto fotograferen zonder dat de foto bewogen raakt. Ik kies dus een sluitertijd van 1/1000. Mijn camera kan maximaal 6400 en minimaal 80 ISO hebben. Het objectief wat ik op mijn camera heb zitten heeft een maximaal diafragma van f/1.4 en een minimaal diafragma f/22. Hoe los jij dit op? Het goede antwoord is te vinden op het forum!